Taaktijd

Zelfstandig werken is een belangrijke voorwaarde om te komen
tot differentiatie. Hiernaast Taaktijd2heeft zelfstandig werken ook een opvoedend doel: leerlingen leren omgaan met uitgestelde aandacht, hulp te vragen aan medeleerlingen en verantwoordelijk te zijn voor hun eigen activiteiten/werk. Zelfstandig werken gaat dan naar zelfstandig leren. Het komt hiermee tegemoet aan de basisbehoeften van autonomie en competentie van ieder kind en een actieve houding ten aanzien van het eigen leren.

Vanuit het keuzebord bij de kleutergroepen, het planbord van Veilig Leren Lezen in groep 3 en de klassikale taakbrief in groep 4 wordt de ontwikkeling van zelfstandigheid uitgebouwd naar de persoonlijke taakbrief in de bovenbouw. Tijdens het werken in deze zogenaamde taaktijd heeft de leerkracht voldoende ruimte om individuele hulp of hulp aan kleine groepjes kinderen te kunnen bieden, zowel ten aanzien van leerstofverrijking als t.a.v. leerproblemen.

In elke jaargroep zijn er natuurlijk ook verschillen; verschillen op het gebied van het verwerven van vaardigheden alsook verschillen in sociaal-emotionele ontwikkeling en sociale vaardigheden.
Door individuele aandacht en hulp komt de school aan die verschillen tegemoet. Om hulp te kunnen bieden zijn er vaste tijden op het rooster opgenomen waarop er gewerkt wordt aan de taak.

De leerstof op de taak is werk dat de leerlingen zonder instructies kunnen maken. Het is leerstof van het basisprogramma dat ze in de groep al doen, soms ook extra leerstof.
De hoeveelheid leerstof is per leerjaar afhankelijk.

Groep 1 en 2

Per dagdeel zijn er twee werklessen van ongeveer 45 minuten. Tijdens de ochtend worden de werkjes meestal door de leerkracht ingepland, één werkgroepje mag kiezen van het keuzebord. ’s Middags mogen de kinderen meestal zelf een werkje “plannen” door middel van het keuzebord. Zij tekenen een kruisje op het bordje wat bij de hoek hangt. Is het rijtje vol dan kunnen zij daar even niet meer voor kiezen. Doel hiervan is het vergroten van de zelfstandigheid van het kind. De kinderen kunnen zonder hulp van een leerkracht aan het werk zijn.

Er wordt een onderscheid gemaakt in het ontwikkelingsmateriaal. Deze staan per ontwikkeling gebied gesorteerd in de kasten. Onderscheid in verschillende soorten werkjes (en opbergplaatsen) wordt aangegeven d.m.v. kleur en symbool.
Een kind kan kiezen uit een makkelijk, gemiddeld of moeilijk werkje. Dit wordt aangegeven met behulp van kleuren. (zie puzzelkast). Ook dit geeft de kinderen de mogelijkheid om zelfstandig aan de slag te gaan.

   In de klas   
  • bouwkast waarin constructiemateriaal staat
  • kleur/vormkast 
  • knutselkast
  • speelhoeken zoals huishoek, bouwhoek, luisterhoek,
    verteltafel, poppenkast
  • computers, schilderbord, krijtbord, zand/watertafel.
   Op de gang   
  • puzzelkast waarin de puzzels gesorteerd staan: 
    Gemakkelijk= groen, moeilijker= geel, moeilijk= rood en        
    zeer moeilijk= paars.
  • Lees- /schrijfkast
  • Rekenkast
  • Oorkast (hierin staan allerlei auditieve spelletjes)

 

Groep 3 en 4:

  • Groep 3 start aan het begin van het schooljaar met het werken via het planbord van de leesmethode Veilig Leren Lezen. De kinderen worden ingedeeld op basis van leesniveau en weten via het planbord wat er van hen verwacht wordt. Ze mogen ook een gedeelte zelf plannen.
  • In groep 4 wordt er gewerkt met een taakbrief die in de groep opgehangen wordt. Kinderen werken hierbij met een weektaak waarop moet- en magtaken staan.
  • Er wordt op 3 vaste momenten een half uur aan gewerkt.
  • Aan einde van de week dienen de moettaken af te zijn. Voor de magtaken geldt dit niet.
  • Kinderen mogen zelf de volgorde van taken kiezen.

 

Groep 5 t/m 8:

  • Groep 5 t/m 8 werken met een persoonlijke taakbrief waarop moet- en magtaken vermeld staan.
  • Er wordt op 3 vaste momenten 45 minuten aan gewerkt.
  • Aan einde van de week dienen de moettaken af te zijn. Voor de magtaken geldt dit niet.
  • Kinderen mogen zelf de volgorde van taken kiezen.