DE RESULTATEN VAN
HET ONDERWIJS
Op school wordt
zorgvuldig bijgehouden welke resultaten de leerlingen behalen. Naast toetsen
die de school zelf ontwikkeld heeft, hanteert de school toetsen die bij een
bepaalde methode of bij het zogenaamde CITO-leerlingvolgsysteem behoren.
Zo nu en dan wordt er gewerkt met observatielijsten. Van elke toets, die
afgenomen wordt, is bekend welke waarde aan een score (wat is goed, ruim
voldoende, voldoende, matig en onvoldoende) toegekend moet worden.
Daarover
zijn duidelijke afspraken gemaakt. De school houdt zich daarbij aan wat in de
methode of toetshandleiding aangegeven staat.
De gescoorde resultaten interpreteert de school op drie manieren:
·
Hoe
staat de individuele leerling ervoor en wat zijn eventuele aandachtspunten (met
of zonder hulp/begeleiding van de interne zorgadviseurs);
·
Hoe
staat de groep ervoor en wat zijn eventuele aandachtspunten voor de gehele
groep (dit gebeurt wanneer blijkt dat vele leerlingen op een bepaald onderdeel
minder scoren);
·
Hoe
staat de school ervoor ten opzichte van de rest van het land en/of regio en op
welke punten moet het onderwijs bijgesteld worden.
Na
leerjaar 8 gaan de leerlingen naar het voortgezet onderwijs. De schoolscore van
de Eindtoets Basisonderwijs en de schoolkeuze van de leerlingen zou iets kunnen
zeggen over de kwaliteit van het onderwijs zoals dat op onze school gegeven
wordt. Echter, voorzichtigheid is geboden. Het komt voor dat een leerling, die
op een SBO-school zou moeten zitten, met de nodige begeleiding toch op onze
school kon blijven. De CITO-score van deze leerling beïnvloedt daardoor op een
“negatieve manier” de totaalscore van de school. Enige goede tot zeer goede
leerlingen met een hoge CITO-score kunnen daarentegen de gemiddelde CITO-score
van de school opkrikken. Ondanks dit gegeven heeft het directeurenoverleg
gemeente Heusden besloten, dat iedere school “met cijfers (uitstroomgegevens)
naar buiten moet komen”. Deze “cijfers” zijn opgenomen in de jaarlijks
terugkerende informatiekalender.