DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS

 

Schoolorganisatie

Binnen basisschool de Vijfhoeven is sprake van een tweetal bouwen t.w. de onder- en bovenbouw.

* Onderbouw : Leerjaar 1 t/m 4

* Bovenbouw: Leerjaar 5 t/m 8

 

Binnen deze bouwen wordt door leerkrachten, zowel op onderwijskundig-inhoudelijk (pedagogisch/didactisch) als op onderwijskundig-organisatorisch gebied (planning schoolse en buitenschoolse activiteiten), intensief samengewerkt.

Aan het hoofd van iedere bouw staat een bouwcoördinator. Deze bouwcoördinator is verantwoordelijk voor de “dagelijkse gang” van zaken binnen zijn bouw. Regelmatig overleg met zijn “achterban” is daarbij van essentieel belang. Geplande bouwvergaderingen bieden de bouwcoördinator voldoende overlegmogelijkheden.

De bouwcoördinatoren voeren regelmatig overleg met de directie, waarbij  gesproken wordt over onderwijskundig-inhoudelijke en onderwijskundig-organisatorische zaken. Tijdens deze overlegmomenten wordt beleid vastgesteld. Zaken die alle bouwen aangaan, worden besproken in algemene teamvergaderingen.

Naast deze bouwcoördinatoren kent basisschool de Vijfhoeven medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de specifieke leerlingbegeleiding, informatie en communicatie technologie (computers) en vakonderwijs (beweging). Hiervoor wordt ondermeer verwezen naar de paragraaf begeleiding van leerlingen met specifieke behoeften.

 

Beschrijving: Beschrijving: img0790Groepering

Zoals eerder aangegeven, is er sprake van twee bouwen. Binnen deze bouwen kent basisschool de Vijfhoeven de jaargroepen 1 t/m 8.

De teldatum van 1 oktober van ieder jaar bepaalt of er sprake is van reguliere jaargroepen en/of combinatiegroepen. Medio juni van ieder schooljaar vindt de verdeling van de leerlingen over de verschillende groepen plaats. Bij de plaatsing van leerlingen in combinatiegroepen worden de door school opgestelde criteria gehanteerd (verhouding jongens/meisjes, mate van zelfstandigheid en redzaamheid etc.).
De uiteindelijke beslissing over het wel of niet plaatsen van een leerling in een combinatiegroep ligt bij de school(leiding). 

 

Groepsgrootte

In het jaarlijks vast te stellen (meerjaren)schoolformatieplan wordt nader ingegaan op het beleid ten aanzien van de te formeren groepen en de daarbij horende groepsgrootten. Derhalve wordt verwezen naar dit schoolformatieplan.

 

Organisatie voor begeleiding van leerlingen met specifie­ke behoeften

Wanneer het (leer)gedrag van een leerling niet overeenstemt met wat “de school” zou wensen;

wanneer een leerling de gestelde minimumdoelen keer op keer niet bereikt, dan moet de school zich afvragen “wat de oorzaken zouden kunnen zijn”. Deze kunnen gevonden worden in de leerling zelf, in de omgeving waar de leerling opgroeit, maar ook in “ongunstige” omstandigheden op school.

Naast de extra aandacht en begeleiding van deze leerlingen besteedt basisschool de Vijfhoeven ook veel aandacht aan leerlingen waarvoor de basisstof niet toereikend is.

 

Binnen de organisatie is sprake van twee interne zorgadviseurs, die collegae ondersteunen/coachen in de begeleiding van leerlingen met specifieke behoeften. In het jaarlijks vast te stellen schoolformatieplan wordt aangegeven hoeveel uren ingezet worden voor deze interne begeleiding.

                                                                                                                                                                                                                                           

DE ACTIVITEITEN VOOR DE LEERLINGEN: VAK- EN VORMINGSGEBIEDEN

Inleiding

Als 4-jarigen op school komen, zijn zij van nature gericht op onderzoek en verkenning van hun omgeving. Dat is een actief gebeuren. Al spelend probeert een kind op zijn manier een situatie te verkennen, zich er over uit te drukken, zich daarover vragen te stellen en de situatie te schematiseren in een “plaatje” etc. Het ligt voor de hand dat de school uitgaat van dit handelen van het kind: Al spelend zijn wereld verkennen en daar ordening in aan te brengen.

In de leerjaren 1 en 2 wordt daarom vooral thematisch gewerkt, waarbij de belevingswereld van de kinderen centraal staat. In de vervolgparagrafen wordt per vak/vormingsgebied aangegeven wat de school wil bereiken. Wanneer er gesproken wordt over het “leerstofaanbod”  binnen met name de groepen 1 en 2, moet het voorgaande als uitgangspunt worden gezien. Het “leerstofaanbod” per vak/vormingsgebied wordt integraal aangeboden middels thema’s.

 

Nederlandse taal

Kleuters leren al doende, tijdens hun spel. Leerkrachten spelen daarop in door te zorgen voor materialen en activiteiten waarvan zij kunnen leren. Er wordt gewerkt aan uitbreiding van de woordenschat, aan het leren spreken met en luisteren naar elkaar, aan de verbetering van de uitspraak en de zinsbouw. Vanaf leerjaar 3 wordt naast het voorgaande veel aandacht besteed aan de schriftelijke taalvaardigheid.

Vanaf leerjaar  3 worden alle leerlingen uitgenodigd om deel te nemen aan het aanvankelijk leesonderwijs. Door het aanbieden van letters, zowel visueel als auditief, worden leerlingen getraind in het onderscheiden van klanken, waarmee vervolgens nieuwe woorden gevormd kunnen worden. Al naar gelang hun ontwikkelingsniveau nemen leerlingen vanaf leerjaar (1) 2  reeds deel aan dit aanvankelijk leesonderwijs.

Vanaf eind leerjaar 3 wordt het aanvankelijk leesonderwijs voortgezet  middels het niveaulezen, zowel individueel als in groepsverband. Daarnaast wordt er gaandeweg steeds meer aandacht besteed aan het begrijpend en gericht lezen. Door het aanbieden van teksten en daarbij aansluitende vragen en opdrachten, worden leerlingen vaardig gemaakt in het omgaan met geschreven taal.

Leerlingen die problemen hebben met het lees- en spellingonderwijs krijgen extra oefenmateriaal aangeboden waarin de problemen nog eens expliciet worden behandeld. Leerlingen die de basisstof beheersen krijgen verbredingstaken aangeboden.

 

Beschrijving: Beschrijving: rekenmachineRekenen

Het voorbereidend rekenonderwijs in de leerjaren 1 en 2 richt zich met name op de programmaonderdelen “omgaan met hoeveelheden”  en “getalbegrip”. Door de aanbieding van ontwikkelingsmateriaal en diverse activiteiten krijgt het voorbereidend rekenonderwijs gestalte. Vanaf leerjaar 3 is de leerstof georganiseerd in blokken. Aan een blok wordt vijf weken gewerkt.

De eerste weken wordt nieuwe leerstof aangeboden en ingeoefend en aan het eind ervan getoetst. Leerlingen die bepaalde onderdelen van de leerstof nog niet beheersen, krijgen vanaf de vierde week extra aandacht/begeleiding. Voor hen wordt de leerstof opnieuw en eventueel op een andere wijze aangeboden. Wanneer deze manier van werken niet het gewenste resultaat oplevert, volgen deze leerlingen vanaf medio leerjaar 6 een eigen leerlijn.

Leerlingen die aangetoond hebben de leerstof te beheersen, krijgen verbredingsstof  aangeboden. Wanneer deze leerlingen herhaald laten zien dat zij de aangeboden leerstof beheersen, wordt overgegaan tot “doortoetsen” (voorafgaand aan een nieuw leerstofonderdeel wordt de daarin aangeboden leerstof van te voren getoetst op het al dan niet beheersen van deze leerstof).

Gezien het voorgaande bieden de gehanteerde methoden c.q. werkboeken diverse mogelijkheden tot differentiatie, zodat leerlingen ook op eigen niveau en tempo kunnen werken.

 

Schrijven

De door school gehanteerde schrijfmethode gaat uit van een indeling van de leerinhouden naar de verschillende leeftijdsgroepen. In de leerjaren 1 en 2 is sprake van het oefenen van de grove motoriek naar het doen van fijne motorische oefeningen. Oefeningen voor de ruimtelijke oriëntatie, grove en fijne motoriek zijn zo opgezet dat ze Beschrijving: Beschrijving: vulpenaansluiten bij de motorische ontwikkeling van de kleuter.

Het voorbereidend schrijven vormt de overgang naar het aanvankelijk schrijven (leerjaar 3). Belangrijk hierbij is vooral om te komen tot de voorkeurshand en de juiste pengreep. Het aanvankelijk schrijfonderwijs richt zich, naast de motorische oefeningen, op het vertrouwd maken van de leerlingen met het schrijven van letters, waarbij de koppeling van de leesmethode met de schrijfmethode van essentieel belang is.

Vanaf leerjaar 4 is er sprake van voortgezet schrijven. In het voortgezet schrijfonderwijs worden hoofdletters ingevoerd en wordt de schrijfbeweging verder geautomatiseerd. In de leerjaren 6, 7 en 8 wordt aandacht besteed aan het methodisch schrijven, het tempo schrijven, het blok- en sierschrift en aan het ontwikkelen van het eigen handschrift. Het schrijven van een goed verzorgd en leesbaar handschrift blijft uitgangspunt.

 

Engels

In de leerjaren 7 en 8 krijgen de leerlingen les in de Engelse taal. Het gaat hierbij vooral om de communicatieve vaardigheden als spreken en luisteren. Daarnaast wordt in leerjaar 8 extra aandacht besteed aan het schrijven in de Engelse taal.

 

Beschrijving: Beschrijving: img0693Wereldoriëntatie

Het jonge kind stelt voortdurend vragen, tracht van nature veel dingen “aan de weet” te komen, door waar te nemen, te ontdekken en te experimenteren. Het kind is al spelende bezig met allerlei voorwerpen die hem tot op zekere hoogte kennis omtrent deze dingen bijbrengt. Het is de taak van de school de vragende en onderzoekende houding, die het kind van nature heeft, te bewaken en te stimuleren. Daarbij staat voorop dat “wereldverkenning” een activiteit is die dicht bij de belevingswereld van het kind staat. Er zal derhalve naar gestreefd moeten worden om deze activiteit zo groot en zo intensief mogelijk te maken.

In de leerjaren 1 en 2 oriënteren de leerlingen zich door middel van vrij spel, ontwikkelingsmateriaal, gesprekken, observaties, kijk/leesboeken, schooltelevisieprogramma’s, uitbreiding van de woordenschat etc. in de ruimte en tijd. Zij maken in deze activiteiten, rondom thema’s, kennis met de hen omringende wereld.

Vanaf leerjaar 3 wordt vakgericht gewerkt. De vak/vormingsgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en natuur komen uitgebreid aan de orde. Beschreven staat welke (basis)leerstof doorlopen moet worden en op welke wijze deze verwerkt kan worden. Binnen dit basisstofprogramma kent de school differentiatie naar tempo en omvang. In principe wordt er van uitgegaan dat alle leerlingen het vastgesteld basisprogramma doorlopen.

Niet alle leerlingen hebben dezelfde interesse. Hieraan komt de school tegemoet door leerlingen te laten werken met andere informatiebronnen, waarbij sprake kan zijn van differentiatie naar tijd, inhoud, leerwijze en belangstelling. Zo bieden diverse computerprogramma’s mogelijkheden tot informatieverwerving.

 

Binnen de vak/vormingsgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en natuur wordt integraal aandacht besteed aan maatschappelijke verhoudingen waaronder staatsinrichting, geestelijke stromingen en gezondheidsvoorlichting en -opvoeding. De school sluit aan bij de actualiteit en doet regelmatig beroep op externe instanties (GGD / Giralis / Bureau Halt / Gemeentepolitie etc.).

 

Verkeer

De eigen verkeerssituatie van het kind vormt meestal de eerste ervaring met het verkeer. Daarom moet ook in het onderwijs de verkeersomgeving van de leerlingen uitgangspunt en startpunt zijn voor het verkeersonderwijs. Met de ontwikkeling en groei van de leerling zal die verkeersomgeving steeds groter worden in omvang, steeds meer elementen gaan bevatten en tenslotte vaak ingrijpend veranderen bij de overgang naar het voortgezet onderwijs.

De eigen (verkeers)omgeving van de leerling vat de school dus op als de beginsituatie voor het verkeersonderwijs. Naast het gebruikelijke leren van regels en borden, sluit de door de school gehanteerde methode aan bij de actualiteit van iedere dag. Praktische oefening vindt plaats tijdens loop -en fietsactiviteiten (bezoek gymlocaties, excursies, wandelingen in het kader van wereldoriëntatie etc.). In leerjaar 7 wordt, in samenwerking met andere Vlijmense basisscholen, een praktische en theoretische verkeersproef afgenomen.

Daarnaast wordt ook deelgenomen aan landelijke acties zoals:

- wij gaan weer naar school

- groene voetstappen

- fietsverlichting

- streetwise van de ANWB

- het “dode hoek” project

 

Expressie-vakken (tekenen, handenarbeid, muzikale en dramatische vorming)

In onderlinge afstemming en gebruik makend van verschillende methoden en diverse bronnenboeken wordt invulling gegeven aan deze vak/vormingsgebieden. Het accent binnen het basisprogramma ligt daarbij op het gebruik van allerlei materialen en hulpmiddelen en het toepassen van diverse technieken. In het kader van de muzikale en dramatische vorming vinden er maandvieringen plaats en worden er musicals ingestudeerd.

Daar niet alle leerlingen dezelfde interesse hebben, heeft de school, naast het voorgaande basisprogramma,  gekozen voor creamiddagen en keuzecursussen. Drie keer per jaar maken leerlingen van de leerjaren 1 t/m 3 kennis met materialen en technieken die niet in het basisstofprogramma zijn opgenomen. Vanaf leerjaar 4 worden leerlingen in de gelegenheid gesteld zich in te schrijven voor keuzecursussen, waarbij materialen en technieken aan bod komen die eveneens niet in het basisprogramma zijn opgenomen. Voorbeelden van cursussen zijn : figuurzagen, solderen,  borduren, maar ook tuinieren en koken.

Daarnaast wordt nauw samengewerkt met het kunstencentrum “de Aleph”. In de loop van acht jaren maken leerlingen kennis met diverse disciplines zoals dans en theater, muziek en beeldende vorming. Docenten van het kunstencentrum worden uitgenodigd om de leerlingen te begeleiden in hun activiteiten.

Beweging

Bewegingsonderwijs levert een gerichte en planmatige bijdrage aan de bewegingsontwikkeling van de leerlingen binnen de totale ontwikkeling. De leerlingen van de leerjaren 1 en 2 krijgen 2 keer per dag bewegingsonderwijs aangeboden. Naast het gebruik van het speellokaal kunnen de leerkrachten een beroep doen op het buitenterrein, waarbij gebruik gemaakt kan worden van diverse spelmaterialen.

De leerlingen van leerjaar 3 ontvangen een keer per week bewegingsonderwijs in gymlocatie “basisschool de Bussel” en twee keer per week bewegingsonderwijs op een speelterrein in de omgeving van de school. Vanaf leerjaar 4 wordt er twee keer per week bewegingsonderwijs gegeven in gymlocatie “basisschool de Bussel” c.q. “sporthal die Heygrave”. Aan school is een vakleerkracht bewegingsonderwijs verbonden, die een deel van de lessen beweging verzorgt. Leerlingen van leerjaar 5 ontvangen een keer per week zwemonderricht.

 

Levensbeschouwelijk onderwijs

Voor de wijze waarop inhoud gegeven wordt aan het levensbeschouwelijk onderwijs, verwijzen wij u onder meer naar paragraaf 1.2 van deze schoolgids. Door gebruik te maken van projecten  besteedt de school aandacht aan de christelijke waarden en normen, waarbij uitgegaan wordt van ervaringscatechese. Deze projecten zijn gericht op de levensbeschouwelijke, morele en godsdienstige ontwikkeling van de leerlingen. De projecten laten hen op een open wijze kennis maken met het christendom, de katholieke traditie, maar ook met andere godsdiensten en levensbeschouwingen (waar mogelijk in dialoog met elkaar).

In vele vakgebieden en schoolse situaties vinden koppelingen plaats naar de aan de orde zijnde of reeds behandelde projecten, met name daar waar het gaat om het menselijk handelen richting zijn medemens en/of omgeving. In dit licht wordt ook veel aandacht besteed aan projecten rondom “waarden en normen”,  “het pesten (waaronder het pestprotocol)” en  “preventie machtsmisbruik”.                                                                                

 

Informatie en Communicatie Technologie

Het gebruik van computers op school dient geïntegreerd te worden binnen het onderwijs. Zowel het team, als de directie zijn sterk gemotiveerd om het gebruik van deze computers te intensiveren. Binnen de uitgangspunten en doelstellingen van de school, zoals omschreven en uitgewerkt in het schoolplan, wordt de computer vooral gebruikt als een aanvulling op het onderwijsaanbod. Daarnaast worden programma’s gebruikt voor remediëren bij leerachterstanden en  verbreding van leerstof voor meer begaafde leerlingen), zelfstandig werken en ter ondersteuning van vak- en vormingsgebieden als  taal, lezen, rekenen en wereldoriëntatie. In de onderbouw wordt de computer in de (leer-)voorwaardensfeer ingezet.

 

Huiswerk

In leerjaar 8 krijgen leerlingen, ter voorbereiding op de overgang naar het Voortgezet Onderwijs, regelmatig huiswerk mee naar huis. In de groepen 4 t/m 7 krijgen leerlingen af en toe huiswerk mee, hetzij als extra oefenstof, hetzij als middel om te leren voor een proefwerk (bevordering taak/werkhouding). Er kan alleen sprake zijn van huiswerk wanneer de te verwerken oefenstof op school aangeboden is. Van nieuwe leerstof kan geen sprake zijn.

 

Wanneer geconstateerd wordt, dat leerlingen té vaak vergeten het huiswerk mee terug te brengen naar school worden ouders middels een schrijven hierop geattendeerd.

 

Buitenschoolse activiteiten voor leerlingen

 

Schoolreizen

Voor de leerlingen van de groepen 1 t/m 7 wordt  jaarlijks een schoolreis georganiseerd. De schoolreiscommissie, bestaande uit groepsleerkrachten en ouders, buigt zich ieder schooljaar over de reisbestemming en de daaraan verbonden kosten, die door ouders opgebracht moeten worden.

Sportdag

Medio september van ieder schooljaar organiseert de sportcommissie van de bovenbouw een sportdag, medio mei (juni) de sportcommissie van de onderbouw.

 

Schoolverlaterskamp

De leerlingen van leerjaar 8 gaan op schoolverlaterskamp. Het reisdoel is Zonnewende in St. Michielgestel. Gedurende drie dagen worden allerlei activiteiten ontplooid, van een bezoek aan een oudheidkundig museum tot het laten plaatsvinden van bosspelen op het terrein van Zonnewende. De aan dit schoolverlaterskamp verbonden kosten zullen door ouders opgebracht moeten worden.

 

Excursies

Gedurende het schooljaar worden voor ieder leerjaar een aantal excursies c.q. uitstapjes georganiseerd. Deze excursies/uitstapjes hebben naast een duidelijk lesondersteunend en kunstzinnig vormend ook een ontspannend karakter.